Archieven: Boekreviews

Daar waar de rivierkreeften zingen

Het is 1945 als Catherine Danielle Clark, roepnaam Kya, als jongste van het gezin wordt geboren. Als Kya zes jaar is, verlaten een voor haar een haar moeder, broer, zussen en uiteindelijk ook haar vader haar, het meisje alleen achterlatend in het moerasland van Zuidelijk Noord Amerika – daar waar geslacht en huidskleur uitmaken of je mag zijn wie je bent.
In hartverscheurende beschrijvingen neemt Owens je mee in hoe Kya, a.k.a. het moerasmeisje, zichzelf weet te onderhouden en opgroeit. Tijdens dat opgroeien ontmoet Kya een tweetal jongens uit het dorp met wie ze (op verschillende tijdstippen, wat dat betreft is het een keurig beschaafd boek) een relatie heeft. Als op een bepaald moment een van de jongens dood in het moeras gevonden wordt, valt de verdenking al snel op Kya. 

Al met al een fijne whodunnit, waarbij het al snel niet meer interessant is wie het nou wel of niet heeft gedaan. De spanning blijft hoe dan ook, en Owens verhaal geeft een interessante weergave van de tijdsgeest en het natuurschoon in haast poëtische bewoordingen. De moeite waard voor iedereen die van lekker lezen met mooie woorden en een beetje spanning houdt. Een dikke 9 op de schaal van Helmar.

Ongetemd Leven

Vorig jaar tijdens de zomervakantie las ik Carry On Heb Lief van Glennon Doyle. Prettig geschreven, ontwapenend. Soms een tikje Amerikaans (als in: daar is alles groter, beter, meer). Omdat ik het einde van het boek wat warrig vond, googelde ik even een rondje op de schrijfster. Om op instagram te zien dat Doyle inmiddels een relatie met iemand anders had. Ik was haast teleurgesteld: hoe kon het dat dit nu zo was, terwijl er zoveel kracht uit haar boek sprak om haar gezin bijeen te houden? Ik snapte het niet en bleef in lichte verwarring achter. 

Die verwarring maakte dat ik benieuwd was naar haar nieuwste boek. Wat een bof dat ik voordat hij al in het Nederlands uit kwam, haar nieuwste boek mocht lezen. Ik begon. En legde het boek niet meer weg. Want wat een wervelend manifest van Doyle om te leven. Om écht te leven. Om het leven bij zijn lurven te grijpen, met alle ins & outs, waarbij je je vooral laat leiden door wat je zélf wil.
Op heldere wijze beschrijft Doyle, in het boek dat het midden houdt tussen een autobiografie en een zelfhulpboek, hoe pijn en ongemak ons mensen zó in zijn greep kunnen houden dat we leven zonder echt te leven. Door te overleven, zoals Doyle dat deed met boulimia, een alcoholverslaving en later het volledig volgens de maatstaven van anderen voort te gaan én door te zien dat dat uiteindelijk ook niet de manier is. 

Nog steeds soms wat Amerikaans, nog steeds soms wat hak op de tak en van diepgaand naar oppervlakkig luchtig over niemendalletjes. Soms wat feministisch, soms met veel verwijzingen naar het Christelijk geloof. Soms net iets te veel omvattend. 
Maar vooral herkenbaar zonder belerend te zijn. Actueel met thema’s die er toe doen en vanuit het hart geschreven.

Lezen dus. Kan prima zonder dat je haar eerdere boek hebt gelezen. Mooi als je de kans hebt om te beginnen in haar eerdere boek: het geeft dit boek net een extra laag en gaat verder waar het vorige boek stopte.  

Ik ontving dit boek van uitgeverij Kosmos. Dank Kosmos, hij komt zeker op mijn stapeltje favorieten!
Mocht je het boek willen kopen, dan kan dat ook via Managementboek.

juli 2020

Opgeruimd!

Het was voorjaar en om de een of andere reden bestelde ik het boek ‘Opgeruimd’ van Marie Kondo. Niet dat ik van plan was om op te ruimen. Het lag gewoon opeens op mijn stapel ongelezen boeken en ook nog eens opeens boven aan.

De context was passend: Het zonnetje scheen, de overbuurvrouw klopte de dekbedden uit en de buurman was met één van zijn poetspowertools iets op de stoep aan het doen. What better to do dan een boekje over opruimen te gaan lezen.

Dus ik las. De schrijfster, Marie Kondo, is een jonge Japanse opruimer. Ze is nogal hip en happening, haar boek staat bovenaan de top zoveel en vrijwel heel de wereld slaat aan het opruimen. Het boek an sich leest lekker weg, ondanks het feit dat ze 212 pagina’s vol weet te schrijven over opruimen. Marie is niet de eerste die een boekje open doet over opruimen, er zijn haar velen voor gegaan die vinden dat ze dé manier hebben om te ordenen, systematiseren en weg te gooien. Marie heeft daar echter een vrij uniek element aan weten toe te voegen. Ze focust zich niet op dingen die je weg wil gooien, maar op dingen die je wilt houden.
Dat betekent niet dat ze niet aan weggooien doet: zoals ik het lees heeft ze die vaardigheid behoorlijk onder de vingers, ze heeft het erg veel over de aantallen vuilniszakken met meuk die de deur uitgaan.
Basisprincipe is: Pak iets beet. Vraag jezelf af of je er blij van wordt. Niet zomaar een beetje blij, nee, ‘does it spark joy?’ – blij.
Nu is het niet de bedoeling dat je bij tijd en wijlen eens iets beet pakt en je je afvraagt of je sparkles voelt. Daar heeft ze namelijk een systeem voor: je begint met je kleren, dan met je boeken en zo ga je door dat je alles hebt gehad. Per categorie zoek je alles, dus echt álles op. Al je kleding in je klerenkast, jasjes aan de kapstok, wintersportkleding ver weggestopt, oude tshirtjes voor je weet maar nooit: alles gooi je op één hoop. En élk stuk pak je beet, bevoel je, laat je sparken. Of niet sparken. Alles wat je beet hebt en waar je niet ontzettend vervuld van raakt, gaat weg. Per categorie noemt ze wat tips & trucs. Als het gaat om kleding laat ze haar afkeuring voor gezellige huispakjes, comfortabele joggingbroeken en warme slobbervesten niet achterwege. Die moeten per definitie weg. Punt. Ook in het deel over boeken gaat ze radicaal om met boeken die je nog niet hebt gelezen: niet automatisch bewaren, als je er niet blij van wordt, weg ermee. In mijn ogen heiligschennis.

Ik las een paar dingen waarvan ik direct 100% zeker wist dat ik ze nooit zou gaan doen. Zoals mijn shampooflessen afdrogen na het douchen. Of het opvouwen van mijn sokken – want sokken verdienen het niet om na een dag hard werken (namelijk jouw voeten omhullen) extra gepijnigd te worden door ze uit te reken omdat je ze opgerold bewaard. Ook ga ik niet zodra ik thuis komt mijn tas uitpakken en alles wat er in zat op een vaste plek opruimen om vervolgens mijn tas te bedanken voor het werk van die dag.

En toch zet het boek je aan het denken. Over dingen en spullen die je echt graag in je leven en dus om je heen wilt.
Wat ik ingewikkeld vind is dat sommige dingen absoluut geen joy sparken, maar dat het volgens mij ook niet de bedoeling kan zijn dat je het dan weg doet en rücksichtslos een nieuwe koopt. Zo heb ik een föhn waar ik echt niet onmeuning blij van wordt, maar het principe dat ‘ie mijn haar droogt vind ik dan wel weer handig. En zo ken ik best een paar gebruiksvoorwerpen die zelf niet sparken maar best leuk voldoen.

Goed, laat ik hier niet meer woorden aan verspillen dan nodig. Het boek krijgt een 7 op de schaal van Helmar. Leest vlotjes wegen en laat je opnieuw naar al je spullen kijken. Extra leuk vanwege het animisme (“ook spullen hebben een ziel”) waarmee Marie’s techniek doordrenkt is.

Depth of speculation

Het verhaal wordt verteld door een ik-verteller waarvan je de naam niet te weten komt. Toch ken je de hoofdpersoon uiteindelijk door en door. Ze is een jonge vrouw, met wilde dromen en grote ambities, die vriendjes heeft en verlaat, trouwt, zwanger is, een kindje verliest, zwanger is en een kindje krijgt, haar man verliest en weer terug krijgt. Het verhaal vormt zich door de korte zinnen en fragmenten. Niet alleen de zinnen en woorden van de ik-verteller maar ook korte astronomische anekdotes en quotes van de groten der aarden. Dit maakt het boekje heel erg krachtig, er staat geen woord te veel en je hebt het gevoel dat over elke punt en komma is nagedacht.

Een boekje zoals je zelden leest. Beklemmend door de melancholische toon. Tegelijkertijd humoristisch en spitsvondig.
Een boekje dat je absoluut wil lezen.
(Tip van de dag: lees de Engelse versie.)

Go East

Ik las er weer een: een boek met een boel stickertjes. Sommige boeken verdienen dat: een plakkertje dat je makkelijk terug brengt naar de mooie zinnen, naar de waardevolle woorden. Ik neem de moeite niet altijd, meestal wint de eagerness om zo snel mogelijk al dat moois te absorberen en gun ik mezelf geen tijd om ondertussen te plakken. Maar bij Go East van Stine Jensen kon het niet anders.

Stine is een jonge filosofe. Doet haar hele leven al aan denken. Heeft van denken haar beroep gemaakt. Dacht ook na over alle Oosterse wijsheden, sprong in het diepe door een opleiding tot Kundalini yoga-docente te volgen. Dat pad beschrijft ze in haar boek Go East.
Op nuchtere wijze gaat Stine los op non-dualisme, chakra’s, ego’s, derde ogen, goeroe’s, satsangs, sekten en alles wat er om de hoek kan komen kijken als het gaat om yoga, mindfulness en spiritualiteit.
Het verschil met andere boeken over spirituele paden? Van Stine ga je niet te horen krijgen hoe geweldig haar leven is na het volgen van de opleiding, geen before-and-after verhalen. Wel krijg je een mooi persoonlijk verhaal, doorspekt met veel informatiebronnen en verwijzingen. En dat alles overgoten met een licht sceptisch en bovenal humoristisch sausje. Een toegankelijke #mustread voor lezers die meer willen weten van spiri-stuff en de ontmoeting tussen Westerse en Oosterse wijsheden.
Een enorme dikke 9 op de boekenschaal van Helmar!

Toen ik het boek bijna uit had, wilde het toeval (o nee, wacht even, dat bestaat niet – maar het bladzijde nummer ben ik even kwijt) dat een vriendin vroeg of ik meeging naar een avond die Stine zou houden over mindfulness. De avond was door een kerkgemeenschap in Amersfoort georganiseerd. Dat vond ik (opgegroeid maar niet uitgegroeid in een PC kerk) op zich al interessant. In het vragenrondje stelde Stine, als atheïst, een mooie vraag aan zichzelf: ‘Waarom geloof je niet in de paus maar wel in Yogi Bahjan? Allebei mannen in wit en voor het ‘geloof’ dat beide mannen aanhangen is geen wetenschappelijk bewijs, alleen bakken vol anekdotes.’
Behalve dat fijne vraagstuk kwam er nog meer wonderschoons voorbij die avond: Stine deelde op hoofdlijnen haar persoonlijke reis van west naar east. Haar lezing stond (net als haar boek) boordevol persoonlijke inzichten. Ik vroeg haar naar haar grootste, meest mind-blowing-ste inzicht. Ze gaf aan dat ergens vól voor gaan, het geven van je volledige commitment – maar dan ook écht, voor haar een hele grote was en soms nog steeds is. Herkenbaar: ook ik heb serieuze doelen en richtingen, maar merk dan soms toch een haakje bij mezelf waardoor weerstand zijn grip op me krijgt en die 100% ergens voor gaan stiekem een paar % minder worden.

In haar lezing vertelde Stine dat ze, dit proces doorleefd te hebben, graag haar dochter en kinderen in het algemeen meer bewustzijn mee wil geven. Dat bewustzijn creëert ze nu op meerdere manieren: af en toe les geven op de school van haar dochter, het geven van lezingen in het onderwijs, het schrijven van kinderboeken.
‘Lieve Stine, weet jij het‘ is er zo een. Een boek waarin vragen van kinderen (‘Waarom mag je het niet gewoon zeggen als je een cadeau spuuglelijk vindt? Waarom post je superblije foto’s online als je helemaal niet zo’n leuke avond hebt gehad? Moet je altijd naar je ouders luisteren? En waar is oma eigenlijk nu ze is overleden?’) door Stine worden beantwoord. Bewustzijn 1.0 voor kinderen (en misschien nog wel meer voor hun ouders), inclusief Zilveren Griffel 2015. 

Mocht het nog niet zijn opgevallen: Stine heeft er een grote fan bij. Ik raad haar boeken, lezingen en HUMAN serie ‘Dus ik ben’ van harte aan!

Moed, over gedurfd leiderschap

Moed. Courage. Afgeleid van het Frans woord voor hart (coeur). En dat is precies waar leiderschap voor Andor de Rooy over gaat. Over leiden vanuit je hart, je drijfveren. Wat je niet altijd in dank zal worden afgenomen. Maar wat uiteindelijk altijd succesvol zal zijn.

Andor de Rooy is organisatiepsycholoog en fungeert sinds 1995 als sparring partner voor leiders en bestuurders. Hij schreef eerder Professioneel coachen (2001) en was tien jaar (hoofd)redacteur van Kluwer Praktijkboek Personeel en Organisatie. In maart 2016 voegde hij aan zijn boek ‘Vierkante meter moed, de missing link in leiderschap’ uit 2014, recente voorbeelden en interviews toe, waarmee zijn boek ‘Moed, over gedurfd leiderschap’ is geboren. In 160 pagina’s neemt De Rooy je mee op het thema moed, wat hem betreft dé bepalende factor in alle leiderschapsvraagstukken van vandaag.  

In de huidige wereld, met toegankelijke informatie en kennis voor iedereen waar ook ter wereld, onderscheid je je niet meer door veel te weten of veel te kunnen. Echt leiderschap toont zich door durf, door lef. Waarbij lef niet doorslaat in roekeloosheid – moed ligt precies in het midden van lafheid en roekeloosheid. Waarbij de enige vraag die telt is: ‘Doe jij op het moment suprême wat nodig is?’ 

Moedig zijn is niet eenvoudig. Moed is het vermogen van een leider om ondanks risico, pijn, of angst, vol te gaan voor datgene wat nodig is voor een organisatie. Gedurfd leiderschap zorgt voor een duidelijke richting. Ook als niemand die richting leuk, interessant, realistisch of noodzakelijk vindt. Ook als je zelf de situatie liever even laat voor wat hij is, terwijl je heel goed weet dat dat niet is wat nodig is. 
Moedige acties zijn soms heroïsch. Vaker nog dan dat, tonen mensen, waar ter wereld ook, in kleine en alledaagse situaties moed. Iedereen die zich kwetsbaar opstelt, ziet wat hij of zijn te doen heeft, zijn eigen rol daarbij onder ogen durft te zien en de confrontatie aan durft te gaan: dat zijn moedige mensen. Moedige mensen die zich niet altijd moedig voelen – moed is geen karaktereigenschap, meer een tijdelijke staat.
De Rooy schrijft met zijn boek een manifest voor moed. En inderdaad, juist in deze tijd, kon dat wel eens precies zijn wat de wereld nodig heeft: mensen die ondanks weerstand, durven te gaan staan voor dat wat klopt, goed en nodig is. Met quotes, symboliek, boeken en films in een inspiratie hoofdstuk als laatste pagina’s van het boek, benadrukt De Rooy zijn uiteenzetting over lef en moedmotieven maar bovenal over gezond verstand met een vleugje durf.  

Naast een uitgebreide theoretische onderbouwing (die niet theoretisch overkomt) van het thema moed, helpt het boek je met diverse vragenlijstjes om de realiteit onder ogen te zien: hoe moedig ben jij op momenten dat het er op aankomt? Gebruik je zelf af en toe ook vluchtwegen op momenten dat opstaan voor waar je echt voor staat, je net iets te spannend is? De Rooy vraagt je om je grootste angsten onder ogen te zien, om je er van bewust te maken dat je eigen ‘fearzone’ deel uit maakt van wie je bent, van jóuw leiderschap.  

Een leesbaar boek, dat door de vragenlijsten veel diepgang aanbrengt. De Rooy ambieert met zijn boek om moed hoger op de agenda te krijgen en zijn lezers uit te dagen om over hun eigen moedfactor na te denken. Wat mij betreft is hij daarin geslaagd. 

Alleen voor CEO’s en bestuurders van grote organisaties? Zeker niet. Leiderschap gaat in mijn ogen uiteindelijk altijd over persoonlijk leiderschap. De Rooy stelt de juiste vragen om je te doen afvragen of het klopt wat jíj op dit moment doet, met of zonder de verantwoordelijkheid voor een organisatie.  

Moedig leiderschap: voor iedereen binnen handbereik. Zolang je maar de moed hebt om stil te staan bij de vragen die De Rooy stelt in zijn boek en ze oprecht kunt beantwoorden. Om vervolgens net wat vaker te kunnen doen wat nodig is. 

Deze review schreef ik voor Managementboek. Superfijn dat ik voor hen mag lezen en er nog iets van mag vinden ook! 
Op de schaal van Helmar, scoort ‘Moed, over gedurfd leiderschap’  een ruime 7,5. Vooral het inspiratie hoofdstuk en de vele vragen om je eigen moedfactor te onderzoeken zorgde er voor dat het boek bij me bleef, ook toen het al lang uit was.

Presence

Amy Cuddy is negentien jaar als ze samen met twee vriendinnen een auto-ongeluk krijgt. Ze loopt ernstig hersenletsel, een schedelbasisfractuur en diverse lichamelijke verwondingen op. Haar IQ daalt met dertig punten en pas na jaren vol met bezigheids-, cognitieve-, spraak- en fysiotherapie lukt het haar om haar studie psychologie op te pakken.
Dit ongeluk maakt Amy tot wie ze inmiddels is: een vrouw van vierenveertig jaar, sociaal psycholoog, professor op Harvard en auteur. Vanuit haar persoonlijk ervaring om zich krachte- en machteloos te voelen, doet ze als psycholoog onderzoek naar de invloed van je lichaamshouding op je gemoedstoestand. Naar aanleiding van dit onderzoek geeft ze in 2012 een Ted talk die nog steeds in de top van meest bekeken Ted talks staat en ruim drieëndertig miljoen keer is aangeklikt door kijkers all over the world.
De powerpose (een houding waarbij je rechtop gaat staan, beide voeten stevig op de grond zet, schouders naar achter en kin in de lucht steekt, je armen uitspreidt en diep ademt) wordt door Cuddy in deze Ted talk wetenschappelijk onderbouwd en is sindsdien dé manier om je zelfvertrouwen een boost te geven.
Cuddy schreef in december 2015 een boek over deze materie. Het boek haalde de derde plaats van de New York Times Best Seller list boeken top 10. Genoeg redenen voor mij om Cuddy’s ruim driehonderd pagina’s tellende boek er eens op na te slaan.

Presence. De titel van het boek doet wat curieus aan. Het eerste hoofdstuk van het boek wordt dan ook gebruikt om die term te beschrijven. In het Nederlands is presence vertaald als ‘de toestand waarin je bent afgestemd op je gedachten en gevoelens, waaraan je vervolgens op een natuurlijke manier expressie kunt geven’. Niet echt een pakkende definitie, de mooiste betekenis werd wat mij betreft in het boek gegeven door een zekere Majid: ‘Presence is dat al je zintuigen op hetzelfde moment dezelfde beslissing nemen.’

Waarom dat nodig is, dat al je zintuigen op hetzelfde moment dezelfde beslissing nemen? Omdat veel mensen dagelijks worden geconfronteerd met stressvolle situaties. Situaties waarvan ze achteraf dachten: ‘Had ik maar dit gezegd’ of ‘Had ik maar dat gedaan’. Situaties waarvoor je meer voelt dan een gezonde spanning: vaak gaat het om een angst die in geen verhouding staat tot de werkelijke situatie. Een angst die je volledig uit je kracht haalt waardoor je graag een herkansing wilt (die nooit zal komen). Momenten waarop je je door angst laat leiden waardoor je werkelijke potentieel verloren gaat.

In haar boek haalt Cuddy diverse onderzoeken aan. Onderzoeken waaruit bijvoorbeeld blijkt dat succesvolle sollicitanten niet zozeer succesvol zijn vanwege hun competenties, maar vanwege hun enthousiasme en bevlogenheid, de mate waarin ze in staat zijn om tijdens een sollicitatiegesprek oprecht aanwezig te zijn en datgene te verkondigen waar zij in geloven. Om die staat van aanwezigheid, van synchroniteit tussen alles wat je in zelf ervaart, te bereiken, is het belangrijk om je zelfverzekerd te voelen. Andere onderzoeken die Cuddy heeft uitgevoerd, wijzen uit dat kleine wijzigingen in je lichaamshouding van grote invloed kunnen zijn op die zelfverzekerdheid. Ook het menselijk hormoonstelsel, de manier waarop we ademen, allerlei fysiologische aspecten zijn op krachtige wijze te beïnvloeden zonder drank, drugs en rock & roll daarvoor in te moeten zetten, zo bewijst Cuddy. ‘Nieuwe’ lichaamshoudingen (kinderen met een kromming in hun nek vanwege het ge-tablet- de hele dag) komen voorbij, waarbij zelfs verschil kan worden gemaakt tussen het soort device dat iemand gebruikt en de impact daarvan op iemands gemoedstoestand.

Naast het wat en waarom, wordt het hoe uitgebreid beschreven in dit boek. Diverse concrete tips om jezelf groter te maken passeren de revue. Cuddy’s uitgangspunt is daarbij ‘Fake it till you make it – fake it till you become it’.

Of ‘Presence’ het lezen waard is? Zeker. Ik moest even door Cuddy’s schrijfstijl heen: deze kwam op mij wat chaotisch over. Het eerste deel van het boek gaat vrij uitgebreid in om de definiëring van presence, iets waar ik op een gegeven ogenblik wel klaar mee was. Maar de materie en de vele onderzoeken die Cuddy aanhaalt zijn intrigerend en soms ronduit schokkend. Presence gaat over hoe je je oprecht met je eigen verhaal kunt vereenzelvigen. Het gaat over macht en machteloosheid, en de non-verbale uitingen van de dynamiek die daarbij naar voren komt. Doorspekt met alledaagse voorbeelden en wetenswaardigheden, geeft Cuddy een wetenschappelijk onderbouwde visie op de invloed óp lichaamstaal weer. Een prima boek om door te lezen en vooral om uit te proberen, zeker niet alleen voor vrouwen die de Wonder Woman pose al kennen en kunnen.

Deze review schreef ik voor Managementboek. Superfijn dat ik voor hen mag lezen en er nog iets van mag vinden ook! Op de schaal van Helmar, scoort ‘Presence’ een 7. De vele onderzoeken en de interessante uitkomsten ervan maakten dat ik na het lezen van het boek me bewuster was van de invloed van je houding op hoe je je voelt. Leuk om mee te experimenteren!

Leg dat #@!ding nou ‘ns weg!

Offline is the new luxury. Let’s wander where the wifi is weak. Life is happening right now outside your screen. 
Zomaar wat quotes die het afgelopen jaar van het leven van Flow en Happinez lezers (waaronder ikzelf) naar dat van de main crowd verhuisden. Blijkbaar beseffen steeds meer mensen dat die ontzettend handige smartphone ook neveneffecten heeft. Reikhalzend keek ik dan ook uit naar het nieuwe boek van Marnix Pauwels, ‘Leg dat #@!ding nou ‘ns weg!’. Niet alleen omdat ik Marnix graag lees (vooral op Twitter, dat dan wel weer) maar ook omdat zijn boek zo lijkt te passen bij het tijdsbeeld van nu.

Pauwels beschrijft dat tijdsbeeld uitgebreid in ‘Leg dat #@!ding nou ‘ns weg!’. Want wat zijn ze toch fijn: je telefoon, tablet en laptop die je kunt gebruiken voor alles maar dan ook werkelijk alles dat je leven aangenamer en/of efficiënter kan maken. Films kijken, boeken lezen, spelletjes doen, bellen met beeld, muziek luisteren, je boodschappen of nieuwe wintergarderobe bestellen én laten bezorgen, tja, wat kan er eigenlijk niet mee? Iedereen zal zich herkennen in dit plaatje.
Je ziet het als je buiten om je heen kijkt: je ziet praktisch iedereen lopend, fietsend of auto rijdend met een telefoon vastgeplakt aan zijn of haar hand. Als ergens gewacht moet worden kijk je niet meer om je heen, je swopt en swipet wat heen en weer op je telefoon. En als je hem dan per ongeluk een keertje op de keukentafel laat liggen als je ‘s ochtends de deur uit rent, dan voel je je haast ontheemd en zwaar ongemakkelijk.
Want dat is wat Pauwels betreft de keerzijde van de handigheid van al die fijne schermpjes: eigenlijk kunnen we niet meer zonder en zijn we verslaafd aan het raken. De apparaten zijn de baas over ons leven.

Pauwels gebruikt het v-woord niet zomaar, hij is ervaringsdeskundige als het gaat om verslavingen (alcohol, cannabis en sigaretten). En toch, is een verslaving niet een beetje een groot woord als het gaat om telefoongebruik? Na 2/3 van het boekje gelezen te hebben over verslavingen, over hoe ons brein daar in werkt en wat de nadelige gevolgen zijn van ons veelvuldige telefoongebruik, begon ik lichtelijk depressieve gevoelens te ontwikkelen. Omdat ook ik weet dat het klopt: die 221 keer per dag die een gemiddelde
smartphonegebruiker op zijn telefoon kijkt (waar in totaal zo’n 3 uur en 1 kwartier per dag mee gemoeid zijn) geldt ook voor mij. Want hoe vaak grijp ik wel niet naar mijn telefoon als ik ergens sta te wachten of als ik geen zin heb in een bepaalde klus? Hoe vaak betrap ik mijzelf er niet op dat ik ‘s ochtends eerst even mijn social media check?
(Saillant detail: ik heb een keer zo’n appje gedownload dat bijhoudt hoeveel tijd je per dag op je telefoon zit. Heb ik er na een week weer van af gegooid, veuls te confronterend.)

Maar goed, net op het punt dat je je echt heel rot gaat voelen over je eigen afhankelijkheden, gaat Pauwels over op de tips & trucs om te stoppen. Je hoeft van Pauwels niet rücksichtslos te stoppen met beeldschermen. Wel kan het wat hem betreft interessant zijn om je afhankelijkheid van je telefoon te verminderen. ‘Leg dat #@!ding nou ‘ns weg!’ is een pleidooi om een beetje gezellig met je telefoon om te blijven gaan en vooral om tijd te maken voor de mensen en dingen die écht belangrijk voor je zijn.

Mooie technieken zoals mediteren en visualiseren, maar ook écht aandachtig luisteren, komen voorbij. Is het daardoor een soft boekje, vooral voor de eerder genoemde Happinez lezeressen? Absoluut niet. Ook prima praktische tips passeren de revue. Wat ik bijvoorbeeld persoonlijk ingewikkeld vind – los van mijn eigen afhankelijkheid aan beeldschermen – is ook: hoe leer ik mijn kinderen dat er een tijd voor online en eentje voor offline is? De periode waarin we met stickers en een kookwekker de tv-kijktijd voor onze jongens konden bepalen, is voorbij, zeker gezien hun leeftijd. De tips van Pauwel zijn echter prima toepasbaar op de hele thuistoko. Zo is er eentje bijvoorbeeld: ‘Neem de telefoon niet mee naar de wc.’ Klinkt wat banaal, maar let maar eens op, hoe vaak je ‘nog even dat filmpje afkijken’ combineert met een toiletbezoek. Zo’n regeltje is prima toepasbaar op kinderen, bij ons geldt inmiddels thuis de code dat je maar één ding tegelijk mag doen. Dus óf tv kijken óf op je Ipad youtuben óf op je mobiel Snapchatten, maar niet allemaal tegelijk. En dus ook óf op de wc zitten óf op een beeldscherm. Óf je fietst óf je knalt er een Instaatje uit. Óf je pakt een koekje en eet dat op óf je whats appt je suf.

Kortom: een prima boekje over the new luxury. Voor praktische iedereen met zo’n handige telefoon. Pauwels draagt op humoristische en tegelijkertijd dringende manier bij aan de bewustwording rondom het 24/7 online zijn. Helpt je de dag door met weetjes en tips. Heeft het handige formaat van een smartphone zodat het er niet heel vreemd uitziet als je opeens aan het lezen bent vanaf echt papier. (Want nee, hij is niet als e-boek verkrijgbaar.)
Voor het tientje dat het boekje kost hoef je het niet te laten: kopen maar, je persoonlijke afkick sessietje volgen en het boekje de hele familie rond laten gaan.
Doe gewoon eens gek en leg dat #@!ding nou ‘ns weg!

Ik schreef deze recensie voor Managementboek.nl. Wil je het boek kopen? Doe dat dan via deze link en help deze startende ondernemer de winter door: voor elk verkocht boek krijg ik een klein percentage (ik weet het, ik had beter een duurder boek kunnen recenseren ;-).

Anders

Een goed boek voor iedereen die met jongeren te maken heeft of in jongeren geïnteresseerd is, voor iedereen die in de wereld van vandaag én morgen geïnteresseerd is. Weghorst is als geen ander in staat geweest om een combinatie te maken tussen gedegen onderzoek en de (zachte) betekenis daarvan, is inspirerend en geeft een overduidelijke boodschap mee: als we de negatieve eigenschappen of labels van kinderen te veel benadrukken, is het wel erg moeilijk om tot bloei te komen. 

Lees verder

Nog lang en gelukkig

Ik geloof in de wijsheid van kinderen. Een wijsheid die zaken weer snel terug kan brengen tot de kern. Een haast intuïtieve kracht die zonder twijfel weet wat klopt. 

Het is iets waar meer mensen – maar ook bedrijven – zich van bewust zijn: zo is er een grote energieleverancier die een kinderraad heeft en hen om advies vraagt. Ook één van mijn werkgevers, een grote onderwijsinstelling, betrekt structureel leerlingen bij het opstellen van het strategisch meerjarenbeleidsplan. Ik was dan ook benieuwd naar Nog lang en gelukkig. ‘Een voorleesboek voor volwassenen die de weg een beetje kwijt zijn’ waarin de auteurs pleitten voor de inzet van jeugdige denkkracht. 

De auteurs, Laurentien van Oranje (precies, die ene, felle strijdster tegen analfabetisering en schrijfster van Mr Finney) en Jeroen Smit (precies, die andere, onderzoeksjournalist, schrijver van Het Drama Ahold en De Prooi) bundelden hun krachten en schreven een boek dat laat zien hoe goed de kinderen van nu kunnen helpen om onze leiders van nu voldoende voor te bereiden op de toekomst. 

Het boek is opgedeeld in drie delen. Het eerste deel geeft ruimte aan een aantal interviews met Nederlandse bestuurders (denk: de CEO van Unilever en de Rabobank, maar ook Frans Timmermans en Neelie Smit Kroes). In elk interview geeft de geïnterviewde weer hoe hij (of zij) daar is gekomen waar hij nu zit en welke zaken hij als lastig ervaart. Een aantal kinderen geven tips en trucs op de issues waar de (niet de minste) leiders tegenaan lopen. 

Het tweede deel is een voorleesverhaal. Een verhaal over een jongen die zijn vastzittende vader (hoge pief bij een bedrijf dat in luiers doet) verder helpt. 

In het derde en laatste deel van het boek, wordt ingegaan op de dilemma’s die voor veel grote leiders zouden gelden (haast-rust, praten-luisteren, etc.). Kinderen geven op die specifieke vraagstukken aan hoe zij daar mee om zouden gaan. 

Al met al is het een boekje (181 pagina’s) dat vlot wegleest. Ik kan me voorstellen dat een volwassene hem graag wegtikt op een strandbedje tijdens de vakantie of op een rustig moment tussendoor. De subtitel ‘voor volwassenen die de weg een beetje kwijt zijn’ was voor mij iets te zwaar aangezet, hoewel ik kan beamen dat het soms lijkt alsof (grote) leiders het spoor bijster zijn ;-). 

Of het echt een voorleesboek is? Mijn jongens vonden van niet. De pubers (twaalf en veertien) waren überhaupt niet geïnteresseerd in het boek (wat niet aan het boek ligt). Die van negen jaar vond het leuk om het voorleesverhaal voorgeschoteld te krijgen. 

Het thema an sich bood wel gespreksstof voor aan tafel: de twaalfjarige had al vaker geopperd dat kinderen vaak veel slimmer zijn dan volwassenen, de veertienjarige vond dat het soms zo simpel was en begreep niet dat volwassene dat niet zagen. De negenjarige meldde dat kinderen een veel leuker leven hadden en dat volwassenen daarom vaker moesten luisteren naar kinderen. 

In hun boek zijn Van Oranje en Smit er meer dan goed in geslaagd zijn om de wijsheid van kinderen aan te stippen. Ik had meer concrete handvatten en praktische tips verwacht over hoe je deze wijsheid deel kan laten uit maken van je dagelijkse gang van zaken. Ook had voor mij de algemene boodschap die Van Oranje en Smit naar voren brengen (hoe ontzettend het de moeite waard is om kinderen te betrekken in keuzeprocessen) nog iets breder getrokken mogen worden. 

Nog lang en gelukkig is de moeite waard om te lezen, om daarna door te mijmeren – al dan niet met kinderen – over hoe de wijsheid van kinderen ingezet kan worden. Wat dat er naar hen geluisterd mag worden, zoals Van Oranje en Smit stellen, staat als een paal boven water. 

Wil je dit boek bestellen? Als je dat via deze link bij Managementboek doet wordt mijn boekenkast nog gelukkiger dan dat ‘ie al is 🙂

Booklounge
by Helmar Niemeijer

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial